Verzoek van de moeder tot wijziging van de kinderalimentatie afgewezen: zij wordt veroordeeld in de proceskosten van de vader
Uit het huwelijk tussen partijen zijn drie nu nog minderjarige kinderen geboren. In 2015 gaan partijen feitelijk uiteen, waarna hun huwelijk in 2016 door echtscheiding wordt ontbonden. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
In 2017 heeft het gerechtshof de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie vastgesteld op € 72,– per kind per maand.
De moeder heeft in X inmiddels een nieuwe partner gevonden.
De moeder verzoekt de rechtbank om de door de vader aan haar te betalen onderhoudsbijdrage met ingang van 24 juni 2016 gewijzigd vast te stellen op een bedrag van € 206,– per kind per maand. De vader vraagt om het verzoek van de moeder af te wijzen en om haar te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank overweegt als volgt.
Voor de beoordeling van het verzoek van de moeder is belangrijk dat zij inzicht geeft in haar eigen financiële draagkracht. De hoogte van de door de vader te betalen kinderalimentatie hangt immers mede af van haar draagkracht. Het ligt aldus op de weg van de moeder om niet alleen inzicht te geven in de hoogte van de behoefte van de kinderen, maar ook om haar eigen financiële draagkracht te onderbouwen. De vader heeft hier uitdrukkelijk om verzocht. Ondanks zijn stellingen hierover, heeft de moeder geen duidelijkheid gegeven over haar Braziliaanse inkomsten. Haar enkele – niet nader onderbouwde – stelling dat zij niet méér inzicht kan geven, is daarvoor – mede gelet op het feit dat inmiddels drie jaar is verstreken – onvoldoende. Daarbij stelt de vader onweersproken dat relevant is hoe de moeder met het door haar gestelde inkomen een woning heeft kunnen financieren. De moeder heeft daarover geen duidelijkheid gegeven en ook niet duidelijk gemaakt dat dit niet relevant zou zijn.
Omdat de moeder de rechtbank hierover niet (voldoende) heeft geïnformeerd, heeft zij niet voldaan aan haar stelplicht. De rechtbank wijst om die reden het verzoek van de moeder af.
Dan voor wat betreft het verzoek van de vader tot veroordeling van de moeder in de proceskosten.
De moeder kan in deze worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. De rechtbank is dus bevoegd om ten gunste van de vader een proceskostenveroordeling uit te spreken. Omdat het echter een familierechtelijke zaak betreft, is het uitgangspunt dat de rechtbank dat niet doet.
Gelet op het verzoek van de vader beoordeelt de rechtbank of het juist in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn om de kosten – zoals te doen gebruikelijke – te compenseren.
De rechtbank oordeelt in dat kader dat de moeder lichtvaardig is omgegaan met het belang van de vader om kosten te voorkomen. De dikwijls vele persoonlijke en interrelationele moeilijkheden (zie de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 19 november 2008) rechtvaardigen – naast terughoudendheid bij een veroordeling in de proceskosten – een actieve houding om tot een oplossing te komen en zodoende ook kosten te beperken. Dit geldt in casu des te meer, omdat deze door de moeder gestarte procedure een voorzienbaar risico meebracht dat de band tussen de kinderen en de vader (nog) slechter werd.
De moeder heeft in november 2019 aan de vader een brief gestuurd met het verzoek om zijn inkomensgegevens te overleggen. De vader heeft deze gegevens bij brief van 29 november 2019 verstrekt, waarbij hij de moeder heeft verzocht om hem informatie te verstrekken over haar relatie met X en haar inkomensgegevens. Vast staat dat de moeder hierop niet heeft gereageerd en dat de discussie hierover (totdat de moeder onderhavige procedure entameerde) zeven maanden stil heeft gelegen. Hierdoor heeft de moeder aan de vader geen mogelijkheid geboden om deze procedure te voorkomen, door alsnog de verzochte informatie te verstrekken en een termijn te stellen.
De moeder heeft verder de behoefte van de kinderen opnieuw ter discussie gesteld zonder haar gronden daarvoor voldoende te onderbouwen en heeft stellingen over haar eigen financiële draagkracht onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank acht het onder deze omstandigheden in strijd met de redelijkheid en billijkheid om de kosten te compenseren en wijst het verzoek van de vader tot veroordeling van de moeder in de proceskosten toe.
De uitspraak is hier te vinden.