Kinderalimentatie voor een kind dat uit huis geplaatst is
Het is vaste rechtspraak dat de behoefte van een kind dat uit huis geplaatst is wordt gelimiteerd door de kosten die de verzorgende ouder daadwerkelijk maakt. De behoeftetabel zoals die normaliter heeft te gelden (Nibudtabel), blijft daarbij buiten toepassing. Bovendien wordt voorbijgegaan aan de grondgedachte van de Trema-normen dat een kind financieel niet slechter af mag zijn na de scheiding van zijn ouders, nu de wijziging in de behoefte van het kind voortkomt uit de uithuisplaatsing en niet uit de scheiding van zijn ouders.
Ouderbijdrage
Indien kinderen uit huis zijn geplaatst dient de verzorgende ouder aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) een ouderbijdrage te betalen. Ingeval de ouders gescheiden wonen en er door de rechter geen kinderalimentatie is vastgesteld, is de ouder de ouderbijdrage verschuldigd die ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet onmiddellijk voorafgaande aan de aanvang van de zorg recht op kinderbijslag had.
Door vaststelling van kinderalimentatie kan de bijdrageplichtige ouder die door het LBIO aangesproken wordt, een bijdrage van de andere ouder zoeken.
De ouderbijdrage die aan een ouder kan worden opgelegd, behoort tot de kosten die de verzorgende ouder daadwerkelijk maakt.
Overige kosten
Naast de ouderbijdrage maakt de verzorgende ouder mogelijk overige kosten voor het kind, waaronder bijvoorbeeld bezoekkosten, schoolgeld, verzekeringspremies en verblijfkosten in het weekend of tijdens de vakanties.
In eerdere rechtszaken zijn als overige kosten aangemerkt: wassen, extra voeding, vervoer, kleding, schoolspullen, toiletartikelen, vakantiekamp, kosten van groepsactiviteiten, omgangskosten tijdens omgangsweekenden en/of vakanties, reiskosten voor schoolbezoek door het kind vanuit de instelling, persoonlijke verzorging, premies voor ziektekosten- aansprakelijkheids- en begrafenisverzekering, zak- en kleedgeld, telefoonkosten, huisdieren, abonnementen op tijdschriften, amusement, zwemles, contributie sport en bezoek- en reiskosten.
Kinderalimentatie
De ouder die aanspraak maakt op een bijdrage in de kosten van het kind van de andere ouder, dient, bij betwisting daarvan, de daadwerkelijk gemaakte kosten te bewijzen, bijvoorbeeld door het overleggen van bonnetjes of deze kosten aannemelijk te maken. Geen rekening wordt gehouden met gestelde extra kosten die niet vast zijn komen te staan.
Op de kinderalimentatie wordt de kinderbijslag en een eventueel te ontvangen kindgebonden budget in mindering gebracht.