Het Hof Den Haag limiteert de partneralimentatie tot twee jaar
Partijen zijn in 1990 met elkaar gehuwd. Uit hun huwelijk zijn twee (inmiddels meerderjarige) kinderen geboren. In 2018 wordt het huwelijk door echtscheiding ontbonden.
De vrouw verzoekt de Rechtbank om de door de man te betalen partneralimentatie op € 1.630,- per maand vast te stellen. De Rechtbank bepaalt de onderhoudsbijdrage op € 205,- per maand.
Beide partijen gaan in hoger beroep, waarbij de man verzoekt om zijn alimentatieverplichting in duur te beperken.
Het Gerechtshof is, in tegenstelling tot de vrouw, van oordeel dat van haar verwacht kan worden dat zij – om in haar eigen levensonderhoud te voorzien – verder dient te kijken dan enkel naar haar huidige werkgever. Dat de vrouw langdurig bij haar huidige werkgever in dienst is en dat deze niet bereid is om haar uren uit te breiden, maakt dit niet anders. Nu niet is gebleken van medische klachten en gelet op haar leeftijd kan van de vrouw verlangd worden dat zij zich op korte termijn actief gaat begeven op de arbeidsmarkt en zich ten volle inspant om volledig in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Verder meent het Hof dat van de vrouw kan gevergd worden dat zij – naast haar huidige werktijden in de ochtend – ook op andere dagdelen gaat werken. De vrouw heeft gesteld, noch aannemelijk gemaakt dat dat niet mogelijk zou zijn. Op die manier hoeft de vrouw niet alle werkzaamheden bij dezelfde werkgever te verrichten en kan er sprake zijn van andere dan haar huidige werkzaamheden, in combinatie met andere werkzaamheden die in overeenstemming zijn met haar opleidingsniveau.
De vrouw is werkzaam in de zorg. Hoewel het een feit van algemene bekendheid is dat er voldoende werk in de zorg wordt aangeboden, acht het Hof het redelijk om er rekening mee te houden dat het enige tijd kan duren voordat de vrouw haar werkzaamheden bij een andere werkgever heeft uitgebreid. Bovendien zal er enige tijd gemoeid kunnen zijn met het volgen van een opleiding die nodig kan zijn met het oog op het verrichten van ander werk dan de vrouw nu verricht. Gelet hierop acht het Hof het redelijk dat de vrouw twee jaar de tijd krijgt om volledig in haar eigen levensonderhoud te voorzien.
Na berekening van de behoefte en de behoeftigheid van de vrouw en de draagkracht van de man, en na het maken van een jus-vergelijking, vernietigt het Hof de beschikking van de Rechtbank en bepaalt de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie op € 698,– per maand en met ingang van 28 november 2020 op nihil.
De uitspraak is hier na te lezen.