Hof Den Haag: hoofdregel is dat ieder van partijen in het eigen levensonderhoud voorziet
In deze zaak is het huwelijk tussen partijen in 2017 door echtscheiding ontbonden. De Rechtbank heeft de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie bepaald op € 4.875,– per maand, welk bedrag na vijf jaar op nihil wordt gesteld. Beide partijen gaan in hoger beroep.
De vrouw verzoekt het Hof om de door de man te betalen partneralimentatie vast te stellen op € 13.142,– per maand voor een periode van twaalf jaar. De man verzoekt het Hof om de door hem te betalen partneralimentatie op nihil te stellen.
Het Gerechtshof overweegt als volgt. De vrouw heeft twee universitaire studies cum laude afgerond. Na haar studies is zij gepromoveerd en heeft zij jarenlang gewerkt als universitair (hoofd)docent, in welke periode zij tientallen (internationale) publicaties op haar naam heeft gezet en meerdere promovendi heeft begeleid. Daarnaast heeft zij de Nederlandse volksgezondheidsprijs gewonnen.
Vanaf 2005 is de vrouw als bestuurder in de gezondheidszorg werkzaam. Voor het werk van de man zijn partijen verhuisd naar Canada, waarvoor de vrouw haar baan als directeur heeft opgegeven. De vrouw heeft toen een aantal jaar niet in Nederland gewoond, maar nog wel werkzaamheden verricht voor de onderneming van de man. Inmiddels woont de vrouw reeds drie jaar in Nederland en is zij werkzaam bij een onderzoeksinstituut. Sinds haar indiensttreding is haar inkomen substantieel gestegen. Inmiddels heeft zij een inkomen van € 81.472,– bruto op jaarbasis. Het standpunt van de vrouw dat zij thans niet verder kan groeien in salaris, deelt het Hof – gezien haar uitstekende curriculum vitae en haar netwerk – niet. Naar het oordeel van het Hof zijn de opleidingsmogelijkheden van de vrouw en haar kansen op de arbeidsmarkt – ondanks haar buitenlandse verblijf in Canada en inkomensdaling – niet negatief beïnvloed door het huwelijk. Het Hof gaat ervan uit dat de verdiencapaciteit van de vrouw binnen drie jaar aldus zal zijn dat zij in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Het Hof acht het aannemelijk dat het inkomen van de vrouw – zo nodig in een andere baan – in de toekomst nog zal stijgen.
Het Hof oordeelt verder dat, anders dan de vrouw meent, geen sprake is van een recht op alimentatie gedurende twaalf jaar, maar er enkel een aanspraak op alimentatie kan zijn, indien sprake is van behoefte aan de zijde van de alimentatiegerechtigde en draagkracht aan de zijde van de alimentatieplichtige.
Het Hof vernietigt de beschikking van de Rechtbank en bepaalt de door de man te betalen partneralimentatie met ingang van 10 februari 2017 op € 4.875,– per maand en met ingang van 27 september 2020 op nihil.
De uitspraak is hier na te lezen.