Kinderalimentatie opgelegd aan de verzorgende ouder
Vanaf 2004 hebben partijen een affectieve relatie, uit welke relatie in 2006 een zoon wordt geboren. Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over hem uit. In 2008 eindigt de relatie tussen partijen. De hoofdverblijfplaats van de zoon is bij zijn vader. Tussen hem en zijn moeder bestaat een omgangsregeling.
De moeder verzoekt de rechtbank de door de vader aan haar te betalen kinderalimentatie vast te stellen op een bedrag van € 166,- per maand. De vader op zijn beurt verzoekt de Rechtbank om de door de moeder aan hem te betalen kinderalimentatie te bepalen op € 25,- per maand.
De moeder verdient een inkomen onder bijstandsniveau, dat wordt aangevuld tot de bijstandsnorm. Aan haar zijde gaat de Rechtbank uit van een minimale draagkracht van € 25,- per maand. De Rechtbank gaat voorbij aan de stelling van de vader dat de moeder een hoger inkomen zou kunnen genereren. Weliswaar heeft de vader betwist dat de moeder vanwege een auto-immuun ziekte niet in staat is om fulltime te werken, maar hij heeft niet betwist dat de moeder die ziekte heeft. Voorts heeft hij niet concreet gesteld welk inkomen de moeder dan wel zou kunnen verdienen. Daarnaast vindt de Rechtbank het, gelet op het feit dat de moeder van Thaise afkomst is en nauwelijks Nederlands spreekt en bovendien weinig werkervaring heeft, niet aannemelijk dat zij in staat is om een inkomen boven bijstandsniveau te genereren. De Rechtbank gaat dus uit van een inkomen op of onder bijstandsniveau en daar hoort bij een niet-verzorgende ouder een minimale draagkracht van € 25,- per maand bij.
Volgens de vader kan van hem niet verwacht worden dat hij, als verzorgende ouder, een bijdrage voor zijn zoon aan de moeder betaalt. Aan die stelling gaat de Rechtbank voorbij. Doorgaans wordt kinderalimentatie betaald aan de ouder bij wie het kind woont. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de niet-verzorgende ouder alleen de kosten betaalt als het kind bij hem of haar verblijft en dat de verzorgende ouder alle andere kosten betaalt. De verzorgende ouder gebruikt daar onder meer de kinderalimentatie voor. In dit geval is de moeder echter niet in staat om de zorgkosten (‘zorgkorting’) van haar zoon te betalen, terwijl de vader daarentegen een hoge draagkracht heeft. Dit acht de Rechtbank een reden om te bepalen dat de vader een bedrag aan kinderalimentatie aan de moeder dient te betalen, zodat de moeder de zorgkosten kan betalen als de zoon bij haar verblijft.
Na berekening van de behoefte van de zoon en de draagkracht van partijen, stelt de Rechtbank de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie vast op € 46,- per maand en wijst het verzoek van de vader af.
Lees hier de volledige uitspraak van de Rechtbank.