Rechtbank laat stiefouder buiten beschouwing in draagkrachtvergelijking
In deze zaak is uit de affectieve relatie tussen partijen minderjarige dochter D geboren. De relatie wordt in 2014 beëindigd. D heeft haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw. In december 2016 is de vrouw een geregistreerd partnerschap aangegaan met haar nieuwe partner X.
De vrouw verzoekt de rechtbank de door de man aan haar te betalen kinderalimentatie vast te stellen op een bijdrage van € 167,– per maand.
De rechtbank overweegt dat blijkens de parlementaire geschiedenis van artikel 1:395 BW in het geval de onderhoudsverplichting van de stiefouder samenvalt met die van de ouder van de kinderen, de onderhoudsverplichtingen in beginsel van gelijke rang zijn. De omvang van ieders onderhoudsverplichting hangt dan af van de omstandigheden van het geval. Belangrijke elementen in dit kader zijn (1) het gegeven dat tussen de ouder en het kind een nauwere verwantschap bestaat dan tussen de stiefouder en het stiefkind, (2) de draagkracht van de ouder en de stiefouder en (3) de feitelijke verhouding tot ieder van de onderhoudsplichtigen.
In casu is sprake (geweest) van een zeer regelmatig contact tussen de man en D. X is pas recentelijk stiefouder van D. Bovendien verwachten de vrouw en X samen een kind, waarvoor zij beiden in de toekomst onderhoudsplichtig zullen zijn. Voorts is de draagkracht van de man en de vrouw toereikend om in de behoefte van D te voorzien. Wanneer de onderhoudsbijdragen van de drie onderhoudsplichtigen naar rato van hun draagkracht zou worden vastgesteld, zou dat in dit geval inhouden dat een groot deel van de behoefte van D voor rekening van X zou komen, omdat hij het hoogste inkomen geniet. Dit acht de rechtbank – gelet op de genoemde omstandigheden – geen redelijke verdeling.
De rechtbank stelt de onderhoudsverplichting van de man jegens D vast op basis van de draagkrachtvergelijking tussen de man en de vrouw, rekening houdend met de zorgkorting.
Na berekening van de behoefte en de draagkracht, stelt de rechtbank de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie vast op € 128,– per maand.
De volledige uitspraak is hier te lezen.