Terugbetalingsverplichting van teveel betaalde kinderalimentatie
Partijen hebben een affectieve relatie gehad en zijn de ouders van twee – thans nog – minderjarige kinderen. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij hun moeder en een zorgregeling met hun vader.
De vrouw heeft de rechtbank verzocht om de door de man aan haar te betalen kinderalimentatie vast te stellen. De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw toe en stelt de onderhoudsbijdrage zijdens de man vast op € 250,– per maand. De man gaat in hoger beroep, nu volgens hem het hem aan draagkracht ontbreekt om enige bijdrage te voldoen.
Het Gerechtshof overweegt als volgt. Nu de man een uitkering krachtens de Participatiewet voor een alleenstaande ontvangt, heeft hij – reeds om die reden – geen draagkracht voor het betalen van kinderalimentatie. Aangezien daarnaast vast is komen te staan dat (1) de man schulden heeft, (2) zijn verzoek om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsanering is afgewezen omdat hij psychisch niet stabiel genoeg is om aan de voorwaarden voor deze regeling te kunnen voldoen en (3) hij in het kader van de zorgregeling de nodige kosten voor de kinderen maakt, is het hof van oordeel dat de man ook geen ruimte heeft om de minimale bijdrage van € 25,– per kind per maand te betalen. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het alimentatieverzoek van de vrouw alsnog af.
De vrouw heeft ter zitting verzocht om – indien het Hof een lagere kinderalimentatie zou vaststellen dan de rechtbank – aan deze beslissing geen terugwerkende kracht te verbinden, omdat er beslag door het LBIO is gelegd, waarbij de kinderalimentatie op de man is verhaald. Het Gerechtshof overweegt hierover als volgt. Ook de vrouw ontvangt een uitkering krachtens de Participatiewet. Dit betekent dat de ontvangen c.q. verhaalde kinderalimentatie door de gemeente op de door de vrouw ontvangen uitkering in mindering is gebracht, waardoor deze kinderbijdrage niet (extra) aan de kinderen ten goede is gekomen. Indien de vrouw te veel ontvangen kinderalimentatie dient terug te betalen, zou dit inhouden dat zij over de betreffende periode een te lage uitkering heeft ontvangen, zodat de gemeente tot aanvulling van de uitkering dient over te gaan. De door de man betaalde c.q. op hem verhaalde kinderalimentatie is daarentegen wel op diens inkomen in mindering gebracht, ondanks dat het hem aan draagkracht ontbrak. Gelet hierop is het Hof van oordeel dat van de vrouw kan worden gevergd dat de door haar te veel ontvangen c.q. verhaalde kinderalimentatie aan de man moet worden terugbetaald. Het hof wijst het verzoek van de vrouw, omtrent de terugwerkende kracht van de beslissing, dan ook af.
Een link naar deze uitspraak treft u hier aan.