(Wanneer) kan alimentatie met terugwerkende kracht worden gewijzigd?
Vaststelling alimentatie
In het kader van een scheiding wordt dikwijls een partner- en/of kinderalimentatie tussen partijen afgesproken of door de rechtbank vastgesteld. Alimentatie betreft een bijdrage in de kosten van levensonderhoud of in de kosten van verzorging en opvoeding van kinderen, die betaald wordt door de alimentatieplichtige aan de alimentatiegerechtigde. Indien de alimentatie door de rechter wordt vastgesteld, voor bij de berekening daarvan uitgegaan van de op dat moment geldende omstandigheden.
Wijziging alimentatie
Het komt veelvuldig voor dat de tijdens de scheiding geldende omstandigheden na verloop van tijd (ingrijpend) veranderen. Bijvoorbeeld als de alimentatieplichtige werkloos raakt of één van beiden in het huwelijk treedt of er een ‘nieuw’ kind wordt geboren. Een wijziging in de financiële omstandigheden kan problemen opleveren bij het betalen van de vastgestelde alimentatie of van invloed zijn op de gerechtigdheid op of de hoogte van het ontvangen van alimentatie. Ingeval ex-partners niet onderling tot nieuwe afspraken kunnen komen, kunnen zij de rechtbank verzoeken om de alimentatie opnieuw vast te stellen.
Ingangsdatum wijziging
In het kader van een wijzigingsprocedure bij de rechtbank, rijst dan de vraag welke ingangsdatum de rechtbank aan dient te houden bij de vaststelling van een gewijzigd alimentatiebedrag, zeker gelet op de duur van een dergelijke procedure. De ervaring leert dat rechters en rechtbanken – al naar gelang de omstandigheden van het geval – hier wisselend mee omgaan; het betreft een zogenaamde discretionaire bevoegdheid van de rechter. Met andere woorden, de rechter komt de vrijheid toe om in concrete gevallen naar eigen inzicht een besluit hierover te nemen.
Terugbetaling
Het kan voorkomen dat de alimentatiegerechtigde bij verlaging van de alimentatie, een bedrag aan de alimentatieplichtige dient terug te betalen. Dit leidt tot problemen wanneer de alimentatiebedragen reeds zijn uitgegeven. Dit kan tot problematische toestanden leiden, aangezien de financiële middelen van de alimentatieplichtige vermoedelijk niet langer toereikend zijn om het volledige bedrag te kunnen terugbetalen.
Terugwerkende kracht
Op grond van eerdergenoemde discretionaire bevoegdheid van de rechter, bepaalt hij of zij op grond van artikel 1:402 lid 1 BW vanaf welke dag de gewijzigde alimentatie betaald dient te worden. In zijn uitspraak van 4 maart 2016 heeft de Hoge Raad enkele regels vastgesteld om te bepalen welke ingangsdatum de rechter aan zal moeten houden bij het wijzigen van de alimentatie.
Behoedzaamheid
De rechter dient behoedzaam gebruik te maken van zijn bevoegdheid om een gewijzigde bijdrage met terugwerkende kracht vast te stellen. Beoordeeld dient te worden tot op welke hoogte het redelijk is dat er terugbetaling van de alimentatie ontstaat. Hierbij zijn de omstandigheden van het geval van belang. Verder is van belang of de alimentatie inmiddels door de alimentatiegerechtigde is uitgegeven.
Aan de andere kant kan van de alimentatiegerechtigde worden verwacht dat hij of zij rekening houdt met een lagere alimentatie indien de alimentatieplichtige heeft aangegeven dat zijn of haar financiële omstandigheden zijn veranderd. Daarbij zou de alimentatieplichtige ook een belang kunnen hebben bij de verlaging van de alimentatie met terugwerkende kracht, bijvoorbeeld ingeval hij of zij een lening heeft moeten afsluiten om aan de lopende alimentatieverplichting te kunnen blijven voldoen.
Datum verzoekschrift
De praktijk leert dat rechters de alimentatie over het algemeen wijzigen vanaf de indieningsdatum bij de rechtbank van het verzoekschrift tot wijziging van de alimentatie. De gedachte hierachter is dat de alimentatiegerechtigde vanaf dat moment in ieder geval rekening kan houden met een eventuele wijziging van de alimentatie.
Conclusie
Kort en goed kan de rechter niet zonder meer een alimentatie met terugwerkende kracht aanpassen. De rechter zal per geval dienen te onderzoeken of het redelijk is dat de reeds ontvangen alimentatie moet worden terugbetaald, waarbij de rechter in ieder geval behoedzaamheid dient te betrachten.